alles begint ergens

Op 1 mei 2011, Dag van de arbeid, presenteer ik mijn nieuwe cd De laatste pionier op stadserf Rood|Noot te Utrecht, een strookje tussenland nabij het Amsterdam-Rijnkanaal, de A2 en Vredenburg Leidsche Rijn. Rood|Noot is een voormalige paardenfokkerij uit 1880, bewoond en beheerd door een kunstenaarscollectief. Als volbloed Romanticus kon en wilde ik al nooit kiezen tussen toekomst en verleden, stad en platteland, natuur en cultuur. Dus aard ik op een plek die verbindt wat niet te verbinden schijnt en voel ik me thuis op Rood|Noot.

Ik ben er trots mijn cd te presenteren met Mathijn den Duijf op piano, gitaar en bas en Sam Jones op gitaar. De presentatie is rond 1500 uur op de houten vloer van de Deel, de voormalige koeienstal van de boerderij. Het leukste en enige postfolkkwartet van Utrecht, Moi, le voisin, zal in een van de kamers op het erf twee keer een set spelen. Zo rond 1415 en na de presentatie. De Most Unpleasant Men, twee van de mannen zijn hoorbaar op de laatste pionier, zullen de middag rond de klok van vijf in de Deel afsluiten met hun prachtige liedjes. Fries- en Nederlandstalig dichter Tsead Bruinja host de presentatie.
We maken deel uit van de manifestatie Stalles, een samenwerking tussen Rood|Noot en filmtheater ‘t Hoogt. Daarom zul je op het terrein installaties en beeldende werken aantreffen. Meer over die projecten vind je hier: http://roodnoot.org/stalles/?category_name=kunstenaars De presentatie is gratis, maar reserveren is nodig. Dat kan via dit contactformulier: www.roodnoot.org/stalles/?p=302 Voor de optredens van Moi, le voisin en Mum geldt: wie het eerst komt .

courage

Op 25 februari organiseerde ik een avond in Delicatessen Amsterdam rond het thema protestlied. De dichters Marie Meeusen, Najiba Abdellaoui en Tsead Bruinja, schrijver Bas Jacobs, singer/songwriter Woodwards, postfolkkwartet Moi, le voisin en filmmaker Michiel Vaanhold lieten zich inspireren door het huidige politiek-sociale klimaat en lieten het hart spreken. Ik speelde die avond ‘ik ben wendla’ en droeg de volgende tekst voor:

‘Protest is op zijn mooist als er moed in het spel is’, zegt een van de dichters van vanavond op haar weblog. Deze avond heet Courage, naar het toneel- of leerstuk Mutter Courage van Bertolt Brecht, geschreven in 1938/1939 in Zweeds Exil, maar courage verwijst ook naar coeur of hart. Het hart hebben, de moed hebben, zo je wil.

We hebben een aantal kunstenaars gevraagd om vanavond het hart te laten spreken. Zich uit te spreken in een tijdperk dat de Canadese band Arcade Fire in het lied ‘black mirror’ benoemt als een tijd in which ‘all words will lose their meaning.’ Een tijd van grote omkeringen. En dat is hoe dan ook slecht voor de zenuwen van huizenbezitters en beleggers maar goed voor de inspiratie. Dat een goed tijdperk voor de kunst zou zijn, die bewering durf ik niet aan in het cultuurland van staatsecretaris OC en W Halbe Zijlstra aan wie sinds kort overigens een prachtig blog is gewijd dat ik jullie van harte aanbeveel: watonderneemthalbezijlstra.blogspot.com

Vanavond zullen in omgekeerde volgorde Marie Meeusen, Woodwards, Tsead Bruinja, Michiel Vaanhold, Najiba Abdellaoui, Bas Jacops en Moi, le voisin optreden. Vertwijfelde, boze, lyrische, betrokken, cynische kunst die rechtstreeks uit het opengereten hart van dit verwarde land komt.

We bedachten deze protestavond voor de onlusten in het Midden-Oosten losbraken, maar ik wil toch graag de woorden aanhalen van Ramsey Nasr, dichter des vaderlands, die vorige week in ‘de eigen cultuur wordt gebruikt als schild’ stelde dat ons als Nederlanders een grotere (democratische) opdracht te wachten staat dan de Egyptenaren.

Nasr stelt: Alles mag gezegd en alles wordt gezegd en ‘vrijheid is leren omgaan met beperkingen.’ In vrijheid houd je ook rekening met een ander, is dat wat hij bedoelt? Door mijn vermoeide hoofd malen nu al maanden ‘kopvoddentaks’ en ‘linkse hobby’s’ en volgend jaar rond deze tijd zal het wel weer iets anders zijn. Ik ervaar de democratie als een aaneenschakeling van slogans die mij beperken in mijn mentale vrijheid. Ik raak namelijk het zicht kwijt op dat wat ook alweer van waarde was. We hadden toch met elkaar de afspraak dat we racisme en hufterigheid niet wilden.

Wat is van waarde. Mutter Courage speelt tijdens de dertigejarige oorlog, begin zeventiende eeuw en het hoofdkarakter verdient er goed aan en bidt dat de oorlog zal voortduren. Tegelijkertijd verliest ze haar kinderen aan diezelfde oorlog. En een van de andere personages in Mutter Courage zingt in een lied over de deugden wijsheid, dapperheid, redelijkheid, onbaatzuchtigheid en Godsvrucht. ‘Ik ben jaloers op degene die zich losmaakt van die deugden’, zingt hij. Voor de kleine mensen brengen ze immers ellende en armoe. Is St. Maarten immers niet gestorven van de kou toen hij zijn mantel deelde met een arme sloeber.

Nog zo’n Brechtiaanse omkering. Het stuk begint met een soldatenronselaar die zegt: ‘de mensen hier hebben te lang geen oorlog gehad, pas de oorlog schept orde; vrede dat is maar Schlamperei.’Als lezer of kijker word ik met deze omkeringen geconfronteerd en Brecht hoopt dat ik vervolgens mijn conclusies trek. Dat ik ervan leer.

Nu dan. Als ik dat wat deugdzaam of goed is niet meer als zodanig weet te benoemen of wanneer ik het verre van me werp dan nemen de ronselaars het vanzelf over. Protest heeft inderdaad alles met moed te maken. De moed tot getuigen, in welke emotionele gesteldheid dan ook, met of zonder politieke agenda.’