Groningse volharding

Poëzieliefhebbers in Groningen zijn kranige doorbijters. Het weer was niet al te best vorige week op het driedaagse festival Dichters in de prinsentuin maar men nam de poëzie van Y.M. Dangre, Ellen Deckwitz, Wim Brands en vele vele anderen desondanks gulzig in; de paraplu’s gingen uit, truien, vesten en jassen kwamen uit de tassen en koffietjes/theetjes zorgden voor innerlijke warmte. Ik speelde op de donderdag rond drie uur, vóór Rutger Kopland, vijf liedjes: Dromen van vera (ook opgenomen in de festivalbundel  Oog in oog), Ik ben Wendla, Vanavond (bedankt voor het meezingen Groningen!), Mengsmering en Blief Hie als korte afsluiter.

 

foto: Harry J.M. Kleinhoven

 

De prinsentuin is een renaissancetuin uit 1626 met een rozenhaag en een kruidentuin. Als je binnenwandelt door de poort aan de Turfsingel vind je na entree in je rug de – naar verluidt – mooiste zonnewijzer van Nederland. De vertaling van de Latijnse tekst op de wijzer wil ik je niet onthouden: ‘De verleden tijd is niets, de toekomende tijd onzeker, de tegenwoordige tijd onstandvastig; zorg dat Gij dezen, die alleen de Uwe is, niet verliest.’
 

Bron: Wikipedia. Auteur: Bouwe Brouwer.

 

Op de vrijdag van het festival was er een poëziewandeling door het UMCG, het academisch ziekenhuis van Groningen. Begeleid door een gids onmoette het publiek op uiteenlopende plekken in het ziekenhuis een dichter of muzikant. Ik zei de gek had het genoegen te spelen in de bestuurskamer. Een unieke historische ruimte in het moderne ziekenhuis, want bewaard uit 1902. Naast me twee schilderijen van het echtpaar Mesdag (op de foto zie je er één).